Diereninfo schaap
Hoewel het minder vaak voor komt dat mensen met hun schaap of varken bij ons de praktijk binnenlopen, kunt u uiteraard met vragen over en de behandeling van uw schaap of geit, ook bij onze praktijk terecht. Het houden van kleinvee is een leuke vrijetijdsbesteding, die echter wel om de nodige kennis van zaken vraagt. Meer informatie over het houden van hobbydieren vindt u onder andere in het boek 'Hobbydieren houden' van H.L. Schippers.

Het Schaapschaap


Het schaap komt wereldwijd voor, in elk klimaat. Er zijn ongeveer 450 schapenrassen. Schapen zijn typische kuddedieren. Het spreekwoord "Als er een schaap over de dam is, volgen er meer" zegt genoeg. Een arm schaap, is een enkel schaap in een weitje zonder soortgenoten.
Hobbyisten houden gemiddeld vijftien schapen. Overwegend voor het plezier en om het gras kort te houden. Sommigen houden de schapen voor de wol, sommigen voor het vlees, sommigen voor de melk. De melk van schapen blijkt meer voedingsstoffen te bevatten dan geitenmelk of koeienmelk. Zo heeft schapenmelk een hoger eiwitgehalte en bevat het twee keer zoveel caseïne.

Gezondheid
Een schaap kan een leeftijd van 15 tot 20 jaar bereiken. De dieren zijn makkelijk te houden, hoewel het ene ras meer problemen heeft met de gezondheid en voortplanting dan het andere. Op het gebied van voeding en huisvesting stellen schapen weinig eisen. De verzorging vergt wat meer tijd.
Schapen hebben dagelijks controle nodig. Ontwormen, weidebeheer, de wol en de hoeven zijn telkens terugkerende punten van aandacht en zorg. Schapen zijn, zoals gezegd, gemakkelijk te houden. Toch is enige kennis wel degelijk vereist, dit om ongerief bij de dieren te voorkomen.

Belangrijke oorzaken van ongerief zijn parasieten, lammersterfte, oververhitting, blauwtong, kreupelen en complicaties door het oormerk.

Huisvesting


Schapen stellen weinig eisen aan huisvesting. Een eenvoudige schapenstal en  een weide met een goede  volstaan. De stal moet voldoende stalbescherming bieden tegen regen en zonneschijn.
Als schaduw beschikbaar is, zullen schapen er gebruik van maken. Vooral in het lammerseizoen moeten schapen beschutting en schaduw kunnen zoeken. De meeste rassen kunnen heel goed buiten aflammeren, maar er zijn nogal wat schapenhouders die hun dieren bij voorkeur laten aflammeren in een schapenstal.

Onderzoek heeft aangetoond dat zelfs een windscherm een positieve invloed heeft op de gezondheid van de dieren. Bij temperaturen onder de vijf graden hebben lammeren in de eerste uren na de geboorte een grotere overlevingskans, wanneer ze beschut en warm kunnen liggen.

De schapenwei van 1 ha is groot genoeg voor 10 tot 15 schapen. Dat geeft voldoende mogelijkheden om gedeeltes van de wei af te rasteren en de schapen geregeld op een ‘’verse wei’’ te laten lopen. Dit weidewisselen is van belang voor het tegengaan van worminfecties.(2)

Voeding


Goed ruwvoer, indien nodig aangevuld met schapen- of rundveebiks, is voldoende voor schapen die hobbymatig worden gehouden. Langvezelig materiaal, zoals hooi en luzernehooi, is van belang voor de spijsvertering. Na de opname van voer volgen de herkauwbewegingen.
Het voedselaanbod moet worden afgestemd op de behoefte. Een te rijk voedselaanbod heeft een negatieve invloed op het aflammeren. Tot vier weken voor de geboorte heeft een ooi in normale conditie, genoeg aan gras en hooi. De laatste vier weken kan zij minder voedsel opnemen en heeft zij extra energie en eiwitten nodig.
Bij een normale conditie zijn de doornuitsteeksels van de lendenwervels bij een flinke druk goed voelbaar. Zijn ze niet voelbaar, dan is de conditie te goed. Voelen ze scherp aan en kan men bij de dwarsuitsteeksels de vingers eronder schuiven, dan is de ooi in een slechte conditie.
Overgewicht kan op langere termijn artrose geven, op kortere termijn pensverzuring m.a.w. Diarree en lusteloosheid. Dit laatste treed op bij de overgang op te veel, te vers gras of teveel brok.

Krachtvoer
Veel ziekten hebben hun oorzaak in het voer. Houd daarom altijd rekening met het soort schaap en met de periode waarin het dier zich bevindt. Zo is hetlam belangrijk de conditie van de ooi op peil te houden aan het eind van de dracht, om slepende melkziekte (te kort aan energie) te voorkomen.
Voorkom melkziekte (tekort aan calcium), door ooien aan het eind van de dracht geen voerproducten te geven met een verkeerde calcium-fosforverhouding, zoals aardappelen en graan. In het voer mogen geen dierlijke eiwitten van zoogdieren worden verwerkt om de kans op scrapie (besmettelijke hersenziekte) te verkleinen.

Schapenbiks
Schapenbiks is afgestemd op de behoefte van Texelaars, die het risico lopen op een kopervergiftiging. Heideschapen daarentegen hebben een veel hogere koperbehoefte dan ze via schapenbiks krijgen toegediend. Het lijkt daarom raadzamer om aan heideschapen, rundveebrok te voeren i.p.v. schapenbiks.

Verstrek het krachtvoer op zo'n manier dat alle schapen erbij kunnen. Stelregel is een halve meter bak per schaap. Wie bijvoorbeeld acht schapen houdt, kan het beste het krachtvoer over verschillende bakken verspreiden. Alle bakken bij elkaar opgeteld moeten in dat geval ongeveer vier meter lang zijn.

Mineralenblok voor schapen
Geef schapen altijd toegang tot een mineralenblok. Verstrek aan heideschapen een blok dat koper bevat. Zelfs varkensmest vormt geen probleem voor heideschapen en kan gerust op het land aangewend worden. Zout is onmisbaar in de voeding van schapen. Veel planten en dus ook gras bevatten lage zoutgehalten. Bij inspanning, warm weer en langdurige diarree kan een tekort ontstaan.

Snoeiafval en herkauwers
Voer herkauwers nooit snoeiafval. Adelaarsvaren, bereklauw, eikels, gevlekte scheerling, goudenregen, hedera (klimop), jacobskruiskruid, laurierkers, nachtschade, pieris japonica, rhododendron, sint-janskruid, taxus, vingerhoedskruid en wolfsmelk zijn giftig voor de meeste schapen en kunnen dodelijke gevolgen hebben. Wilgentakken zijn wel geschikt.

Gedrag

Schapen vormen over het algemeen hechte sociale groepen, die alleen in een kleine kudde en bij een beperkt voedselaanbod, hun onderlinge dekram(dominantie)verhoudingen tonen. Veelal door tegen elkaar aan te duwen en veel minder door te stoten. Het aantal dominantiegevechten is groter in groepen die bestaan uit dieren van hetzelfde geslacht of van dezelfde leeftijd.
De hechtheid van de groep is afhankelijk van het ras en van invloed op het graasgedrag. Bij het ene ras geschiedt het aflammeren binnen de kudde, bij het andere, zonderen zich af.
Lammeren gaan met elkaar en met andere diersoorten (geiten, mensen, honden, runderen) nauwe relaties aan, soms zo nauw dat ze wederzijds van elkaar afhankelijk worden.
Schapen houden elkaar vooral in de gaten met hun ogen. Onderzoek heeft aangetoond dat stress ten gevolge van eenzaamheid kan afnemen, door een spiegel te plaatsen waarin een schaap een ander schaap kan waarnemen. Dat veronderstelt ook dat schapen elkaar aan uiterlijke kenmerken herkennen. Geur is vooral van belang bij het voortplanten.
De bronst (optimale dektijdstip) loopt bij de meeste rassen van augustus tot oktober. Rammen kunnen dan gevaarlijk agressief gedrag vertonen.